Geschiedenis van het orgel

toestand van voor 1935 gezien vanuit het schip

Toestand van voor 1935
gezien vanuit het schip

De huidige samenstelling van het Brugse kathedraalorgel is het resultaat van meer dan twee eeuwen orgelbouw.

Het oorspronkelijke instrument werd tussen 1717 en 1719 gebouwd door Jacobus Van Eynde, een bekende Ieperse orgelbouwer. Het contract werd op 6 oktober 1717 getekend, de keuring door orgelbouwer J.-B. Forceville gebeurde op 14 november 1719. Twee weken later werd het orgel ingespeeld. Om het nieuwe orgel te beschermen werd reeds voor de voltooiing besloten dat het voortaan verboden was om ‘strooij te stroyen in de kercke om rede dat het is veroorsackende in de kercke een grauwsam stoof, het geene seer schadelick is voor den nieuwen oorgel’.

Het nieuwe instrument bevond zich op het marmeren doksaal dat in 1679 werd opgericht als scheiding tussen koor en benedenkerk, en bestond uit twee manualen en een echo-klavier. Het positief was naar het koor gericht (zie foto hieronder) en het Groot Orgel naar het schip.

Rugpositief Hoofdwerk Echo
Prestant 4'
Bourdon 8'
Flūte 4'
Doublette 2'
Nazard 3'
Tierce 1 3/5
Larigot 1 1/3
Fourniture IV
Cornet III
Cromhoorn 8' (B+D)
Prestant 8'
Bourdon 16'
Bourdon 8'
Octave 4'
Flūte 4'
Doublette 2'
Grosse Tierce 3 1/5
Nazard 3'
Larigot 1 1/3
Fourniture IV
Cimbel II
Cornet V
Sesquialter II
Bombarde 16'
Trompette 8'
Vox Humana 8'
Cornet IV
Rossignol
Tremulant

 

Na het vertrek van Van Eynde uit Brugge werd het orgel achtereenvolgens onderhouden door telgen uit de Berger-familie, uit de familie Van Peteghem en door L.B. Hooghuys. In 1902 werd besloten tot een restauratie die werd uitgevoerd door G. Cloetens die het orgel bovendien uitbreidde met een zwelwerk en een zelfstandig pedaal.

Pedaal I Posiftief II Hoofdwerk III Zwelwerk
Sousbasse 16'
Montre 8'
Quintaton 8'
Bombarde 16'
Salicional 8'
Bourdon 8'
Prestant 4'
Flūte amabile 4
Eoline 4'
Flūte octaviante 4'
Quinte
Tierce
Fourniture III
Montre 8'
Bourdon 16'
Bourdon 8'
Flūte bouchée 8'
Principal 8'
Prestant 4'
Doublette 2'
Quinte 6'
Fourniture IV
Sesquialter II
Cymbal II
Cornet V
Bombarde 16' (D)
Trompette 8' (B+D)
Clairon 4' (B+D)
Principal 8'
Bourdon doux 8'
Flūte harm. 8'
Viola 8'
Flūte octav. 4'
Violine 4'
Octavin 2'
Gross Cornet
Trompette harm. 8'
toestand van voor 1935 gezien vanuit het koor

Toestand van voor 1935 gezien vanuit het koor

 

huidig orgel

Huidig orgel

Het orgel werd slechts 33 jaar in deze toestand bespeeld. In 1935 besliste de kerkfabriek om het orgel samen met het doksaal te verplaatsen naar de westzijde van de hoofdbeuk en tevens het orgel te laten restaureren en vergroten. Deze opdracht werd uitbesteed aan Johannes Klais uit Bonn. Praktisch het gehele instrument werd naar Bonn overgebracht voor de restauratie, een deel werd bewaard in het atelier van orgelbouwer Jozef Loncke uit Esen. Het hoofdwerk werd geflankeerd door 2 nieuwe pedaaltorens, het rugpositief werd onder het hoofdwerk aangebracht en het zwelwerk werd boven het hoofdwerk geplaatst. Klais hing het orgel op tegen de muur en bouwde daaronder een onderwerk in een nis in de muur. Dit om de zangers op het doksaal meer ruimte te bieden. Naast deze uitbreiding werd het oud Van Eynde-pijpwerk zorgvuldig bewaard en hersteld. De tractuur werd elektro-pneumatisch uitgebouwd en bespeeld vanaf een vrijstaande speeltafel.

Pedaal I Positief II Hoofdwerk III Zwelwerk
Bromstem 32'
Principaal 16'
Gedektbas 16'
Zachtbas 16'
Kwintbas 10 2/3'
Oktaaf 8'
Fluitbas 8'
Hooge Oktaaf 4'
Gedekt 4'
Oktaafcimbel II
Ruischpijp III-IV
Bazuin 16'
Dulciaan 16'
Trompetbas 8'
Schalmei 4'
P+I
P+II
P+III
Holpijp 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Oktaaf 2'
Terts 1 3/5
Kleine Kwint 1 1/3
Stemmeken 1'
Cimbel II
Klein Vulwerk III
Kromhoorn 8'
Gedekt 16'
Principaal 8'
Spitsfluit 8'
Gemshoorn 4'
Woudfluit 2'
I+I 16'
I+II
I+III
Nachthoorngedekt 16'
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Wilgenpijp 8'
Oktaaf 4'
Fluit 4'
Oktaafken 2'
Nasaard 2 2/3
Vulwerk IV
Scherp II
Seskwialter II
Groot Kornet V
Pommer 16'
Trompet 8'
II+III 16'
II+III
II+I
Groote Fluit 8'
Gamba 8'
Kwintadeen 8'
Principaal 4'
Dwarsfluit 4'
Oktaaf 2'
Echo Kornet III-IV
Cimbelken II
Dulciaan 16'
Trompet 8'
Hobo 4'
III+III 16
III+III 4

 

In 1988 werd het orgel onderworpen aan een grondige onderhoudsbeurt die uitgevoerd werd door Frans Loncke & zonen uit Zarren. Bij deze gelegenheid werden er ook een aantal registers aan het orgel toegevoegd.

Vandaag de dag wordt het kathedraalorgel onderhouden door ing. Paul Andriessen die de door Loncke verwijderde subkoppels terug in ere herstelde en er nog enkele bijplaatste.

Pedaal I Positief II Hoofdwerk III Zwelwerk
Principaal 16'
Gedekt 16'
Zachtbas 16'
Kwint 10 2/3'
Oktaaf 8'
Fluit 8'
Oktaaf 4'
Gedekt 4'
Cimbel II
Ruispijp III-IVB
Bazuin 16'
Trompet 8'
Schalmei 4'
P+I
P+II
P+III
Gedekt 8'
Principaal 8'
Oktaaf 4'
Gemshoorn 4'
Nazard 2 2/3'
Woudfluit 2'
Mixtuur III
Schalmei 8'
Holpijp 8'
Prestant 4'
Fluit 4'
Oktaaf 2'
Terts 1 3/5'
Kleine Kwint 1 1/3'
Stemmeke 1'
Cimbel II
Vulwerk III
Kromhoorn 8'
I+II
I+III
I+III 16'
Gedekt 16'
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Gamba 8'
Oktaaf 4'
Fluit 4'
Nazard 2 2/3'
Oktaaf 2'
Nachthoorn 2'
Sesquialter II
Vulwerk IV
Scherp III
Cornet V
Pommer 16'
Trompet 8'
Klaroen 4'
II+I
II+II 16'
II+III
II+III 16'
Roergedekt 8'
Grote Fluit 8'
Gamba 8'
Zweving 8'
Kwintadeen 8'
Principaal 4'
Dwarsfluit 4'
Oktaaf 2'
Echocornet III-V
Cimbel II
Dulciaan 16'
Trompet 8'
Hobo 8'
III+III 16'
huidige speeltafel (Klais 1935)

Huidige speeltafel (Klais 1935)

Met dank aan Mithra Van Eenhooge en Franēois Callebout voor het opzoekingswerk en de teksten.